naar vorige pagina
Ouders

Berlijn

Mijn vader was in de oorlog tewerkgesteld in Duitsland. Hij werd in Berlijn door de Russen bevrijd. In september 1992 was ik er een week op een georganiseerde busreis. De muur was net gevallen. De gebouwen hadden mooie pasteltinten in het gedempte zonlicht, vond ik, toen we de stad inreden. Ik zat in een bus met twee echtparen waarvan de man er had moeten werken als jongen van 18 of 20. Ze hadden in bedden moeten slapen waaronder klonten wandluizen hingen, vertelden ze. Hun vrouwen hoorden sommige dingen voor het eerst. In het museum Checkpoint Charlie stonden mensen teksten te lezen bij foto's van gesneuvelden. Op de grond lagen jongeren te kijken naar een videoscherm. Er was een ballon te zien, waarmee mensen van Oost naar West-Berlijn wilden komen. Ook was er een koffertje met een opgevouwen pop, zo had een meisje geprobeerd te ontsnappen.

Berlijn

In het hotel sliep ik slecht. Mijn slaappillen werkten niet. ZDF zond in de nacht Psycho 3 uit, omdat Anthony Perkins die week aan aids was overleden. Ik was de voorgaande jaren enkele vrienden door die ziekte verloren. Xanthos en Hans-Paul, jongens waren ze nog. Ik dacht aan de dood van mijn vader in 1982 na een hartaanval. Ik deed toen krampachtig pogingen om mijn emoties los te janken. 'Huil zoals de vrouwen bij de Klaagmuur', zei de psychiater, maar mijn keel bleef dicht. Ik dacht ook aan Jan-Willem, die eenzaam in een hoge flat woonde. Met hem had ik af en toe contact, te weinig om van vriendschap te spreken. Hij was zwaar depressief. November en december waren voor hem de ergste maanden. Hij lag vrijwel de hele dag in bed. Hij vertelde me eens over zijn werk bij de sociale dienst: over de man die dreigde met zelfmoord, waar hij tegen had gezegd 'doet u dat maar'.

Jan-Willem had in november 1989 gezien dat de Berlijnse muur werd afgebroken. De Oost-Berlijners kwamen massaal naar de andere kant van de grens. Een jaar later keek hij nachtenlang naar de aanloop van de Golfoorlog. Hij nam alles op video op, gefascineerd door deze historische gebeurtenissen. Hij keek vanuit zijn flat naar de sterrenhemel, alsof daar het geluk te vinden zou zijn. Als jongen had hij de eerste maanlanding gezien. Het was maar een kleine stap voor een mens, werd er toen gezegd, maar een reuzensprong voor de mensheid. De laatste keer dat ik Jan-Willem zag, liep hij te sjouwen met een tas vol diepvriesmaaltijden. Kort daarna viel hij van 18 hoog op de harde bodem van de aarde.

De volgende dag reden we terug naar Nederland. 's Avonds thuis beluisterde ik de cd's die ik onderweg gekocht had. Duitse schlagers en diva's. Uitgeput door de reis moest ik opeens onbedaarlijk janken. Verwarrende emoties. Verdrietig en tegelijk blij snikte ik, bleef ik huilen. Om alles. Om iedereen. Of alleen om mezelf? Bij de stem van Lotte Lenya gleden warme tranen over mijn wangen.




IJsklontje

In maart 1999 kwam mijn moeder door een hypo in een ziekenhuis terecht. Ze maakte een bedankbrief aan de artsen en daarna schreef ze een levensloop, een dagboek, verhaaltjes. Ze stuurde om de twee weken dikke brieven naar mij. Ik tikte haar schrijfsels uit en maakte later een website voor haar. Mijn moeder was graag onderwijzeres of schrijfster geworden, zei ze, maar had alleen lagere school. Tijdens de hittegolf van juli 2006 werd haar suiker ernstig ontregeld.

Ik zat in het ziekenhuis bij haar toen ze druk praatte tegen een andere patient. Emotioneel, maar haar geheugen was goed. De verpleging vroeg of ik iets wenste. Mijn moeder wilde een ijsklontje. Ze smeekte bijna: ze had zo'n droge keel. Ik kreeg thee, mijn moeder niets. Na een verblijf in een verpleegtehuis ging ze terug naar haar aanleunflat. Ze kreeg extra hulp in de huishouding en maaltijden van Tafeltje Dekje. Drie keer per dag kwam iemand insuline spuiten. Toch ging het mis. Ze werd vergeetachtig en verdwaalde.Ze verhuisde naar een verzorgingshuis en later naar een verpleeghuis.

Op een donderdagavond in januari 2013 belde mijn jongste zus dat het slecht ging. De volgende middag hoorde ik dat het einde nabij was. Ik was om half acht in het woonzorgcentrum, na een ingewikkelde bus- trein- en autoreis. Mijn moeder lag zwaar ademend op bed met dichtgeknepen ogen. Niet aan slangen gekoppeld of zo. We dachten dat het nog lang kon duren. Een van mijn broers, zijn oudste dochter en haar zoontje (net een jaar oud) gingen om half negen weg. We waren een tijdje met vier generaties aanwezig. Het jongetje had op de vloer gespeeld en bij zijn overgrootmoeder op bed gezeten en zachtjes haar vingers gestreeld.

Mijn moeder overleed ongeveer om 21 uur. Ze was 89 jaar oud. De communicatie was al twee jaar vrijwel onmogelijk, omdat ze niet meer kon praten. Ik hield haar met mijn twee zussen vast toen ze insliep. Het was de eerste keer dat ik iemand zag sterven. De laatste minuten waren haar ogen open alsof ze iets zag. Ga maar, zei mijn jongste zus tegen haar, ga maar. Je hebt het goed gedaan.

Na de begrafenis ontving ik een brief die ze aan mijn oudste zus in bewaring had gegeven. Ze moet die tekst met heel veel moeite hebben neergepend. In haar keurige handschrift staat: 'Olaf, Ik wenst jouw een gelukkig nieuwjaar 2008 en een 2008 zonder jouw een ziekte en zonder ziekte en een 2008 veel geluk en voorspoedig 2008 en een leuke tijd toe. Veel geluk en een 2008 en zonder Naarigheid en een 2008 en voorspoedig 2008 dat we allemaal voor elkaar. Voor dat je allemaal dat voor allemaal klaar is die in de Narigheid zitten. Je liefhebbende moeder we voor elkaar klaar mogen staan.'

Olaf Korder



naar volgende pagina