naar vorige pagina
Brieven aan Luc

Delft, 19 - 21 juni 1997

Lieve Vlaamse vriend,

Bij de receptie stond een dwerg, een lilliputter, een klein mens (hoe zeg je dat netjes), ik bedoel: een vrouw van circa 1.20 meter. Ik moest een lange gang door, langs hoge fabriekshallen. De voormalige kogelgieterij zag er indrukwekkend groot uit. Links en rechts waren mensen druk bezig. Ze zaten raar in elkaar gedoken of in rolstoelen. Veel scheve gezichten, vreemde blikken. Ik kreeg het idee in een film van Fellini te lopen, zo veel gebrekkigen om me heen was wennen. De gehandicapten, zwakzinnigen en psychiatrisch patiënten waren bezig met hout, kunststof en metaal of werkten in een drukkerij, een kwekerij, een mailingafdeling, een schoonmaakbedrijf. Ik sprak een uur met een personeelschef, toen een uur met twee andere heren over de mogelijkheden van deze WSW-instelling. Mogelijk kan ik via hen gedetacheerd worden bij een instantie als de TU. Misschien kom ik zo aan werk, mijn kansen in het bedrijfsleven of bij de overheid zijn minimaal. Ik wil me anders onbetaald nuttig gaan maken, als er maar een geldstroompje in mijn richting vloeit.

Voor toelating tot de personenkring van deze instantie moest ik gekeurd worden. Mijn bloeddruk was 100-170 (iets te hoog maar normaal in deze situatie, zei de dokter). Het viel mee dat de jonge, aantrekkelijke mannelijke arts geen groter emotioneel effect had. De vingers van mijn gestrekte arm waren bij die meting op slechts centimeters van zijn kruis. Hij luisterde naar mijn hart en longen; zuchtend zat ik vrijwel naakt naast hem op de onderzoektafel. Ik had nauwelijks reflexen bij het kloppen op mijn knie en ellebogen, veroorzaakt door mijn medijnen. Ik kon meer letters lezen en mijn ogen waren niet zo branderig. (Uit mijn monitor kwam onlangs zwarte rook, alleen de kleur blauw was nog aanwezig en ik moest een nieuw scherm kopen.)

Met Pinksteren maakte minister Ritzen bekend dat hij het contract met de uitkeringsinstantie USZO (wegens wanpresteren) ging opzeggen. Een week later slikte hij het dreigement al in. Van bijstandsmoeders hoorde ik hoe schofterig de Sociale Dienst mensen behandelt. In de hal moet je heel lang op je beurt wachten om tenslotte door de telefoon je verhaal te doen. Je moet alle problemen dus in het bijzijn van anderen aan een onzichtbare ambtenaar vertellen. Tot nu toe ben ik vrij netjes behandeld, het gaat alleen slopend sloom.

Mijn taak bij de gemeente eindigt binnenkort. Mijn huisbaas wil me uit mijn flat zetten, omdat hij in geldnood is. Ik heb de man nooit ontmoet en hem in 12 jaar twee keer telefonisch gesproken. Hij belde opeens of ik wilde kopen en anders moest ik maar verhuizen. Helaas zijn mijn financiën door dat stomme USZO onduidelijk en sta ik voortdurend rood. Toen ik hem wees op de huurbescherming, dreigde hij met een flinke huurverhoging.

Rond 1980 had ik zo'n twee jaar een kat. Als jonkie van zeven weken gehaald, lief en leuk, maar Grijsje groeide uit tot een verslindend monster. Er was geen tijdschrift of papier meer veilig. Zodra ik de deur uit was, scheurde ze pagina's los en kapot. Ze wipte boeken uit de kast. Het beest zat te veel alleen en ik was in die periode vast niet diervriendelijk genoeg. We hadden geen mooi leven meer saampjes: de kat ging naar het asiel.

Zo af en toe word ik om drie uur 's nachts wakker en lukt het slapen niet meer. Dan sta ik maar op, lees en luister wat of kijk tv. Soms sla ik een hele nacht over, vaak slaap ik pas laat in. Al met al heb ik toch voldoende rust en red ik het gewoonlijk zonder slaappillen. Erg vervelend vind ik het niet, behalve als ik de volgende dag zware dingen moet doen. De nacht is stil en in de ochtend hoor ik de vogeltjes zingen en fluiten buiten.

Er zal wel nooit een prins komen op een wit paard, die alles voor me regelt en in orde brengt. Mijn toekomst is nevelig, maar ik blijf hopen en doorgaan, gewoon doorgaan. Er zit niets anders op.

Je Olaf




Delft, 16 april 1998

Lieve Luc,

Op bijgaande print de tijden van de treinverbindingen Amsterdam CS naar Delft. De tram gaat elk kwartier richting Tanthof. Ik hoop je volgende week bij Sonja Barend op tv en later bij mij thuis in het echt te zien. Dan kunnen we over wezenlijke dingen praten, neem voorlopig genoegen met onderstaand geklets.

De redactie van de FlikkerAgenda is reeds begonnen met de werkzaamheden aan de twintigste FA. Het zal voor de huidige redactie de laatste worden. Aldus het begin van een brief over de agenda van 1999 met het thema TIJDLOOS of, zoals ze in Groningen zeggen tietloos. Mijn gedichten zijn per definitie voor de eeuwigheid, maar ik had eerst geen flauw idee wat ik in kon sturen en postte er toen maar een flinke zooi. Zag je Paul Haenen samen met Emiel Ratelband in Villa Felderhof? Mens & Gevoelens moet nu toch eens komen, ik kijk er naar uit, net als naar Reve's Hijgend Hert (vreemd genoeg niet in de boekenweek verschenen).

Vorige week werden acht oude bomen op het parkeerterrein uitgegraven, er bleven vierkante kuilen in roodwitte linten achter. Een jong boompje wiebelt nu niet ver van het raam van mijn werkkamer. In de grijper van een kraan bungelt een sprietig broertje, twee arbeiders leiden zijn zware kluit. Ik ging vanmiddag op weg naar station Delft-Zuid om een paar uur in Den Haag door te brengen, maar keerde al gauw op mijn schreden terug. De druppels waren natter dan ik dacht, ik had geen zin om kleumend een tocht van De Haag CS naar HS te maken. Het is niet koud, de wind en regen zijn vast goed voor jong groen, maar ik vermoedde erger buien. Zou er onweer komen? Wat later klaarde de lucht weer op. April veel regen brengt grote zegen. De heren en aprillen bedriegen wie ze willen. De vrouwen en aprillen, ze hebben beide grillen.

Ik kocht het tijdschrift Schrijven. Wat een enge man, zei de mevrouw bij de kassa. De voorkant toonde een overspannen of kwade, oudere, kale man in een groen kostuum met groen overhemd en geelgroene stropdas. Hoe drijf ik een uitgever tot wanhoop, stond erbij. Een artikel geeft voorbeelden van de zendingsdrift (stapels slordige manuscripten) en grootheidswaanzin van opdringerig 'talent'. Uit een NIPO-onderzoek bleek dat Nederland een miljoen amateurschrijvers telt. Een minderheid van 293.326 schrijvers heeft de ambitie te publiceren. Dat getal is natuurlijk in zijn exactheid onzin, maar het geeft aan hoeveel concurrentie er is op de schrijversmarkt.

In de Delftse binnenstad snuffelde ik bij Shakespeare, een klein antiquariaat. Ik vroeg naar een psalmenboek met de tekst van 'het hijgend hert', waar Reve het over had. Ja, dat is er, zei de mevrouw. Ze had er pas zelf naar gezocht, omdat een oud familielid het steeds zong in het verpleegtehuis. 'Com nu met sang' heet de bundel (uit 1940), waarin psalm 42 met noten was opgenomen. De melodie was van Louis Bourgeois (1510 - 1572), die Calvijn terzijde stond bij de muzikale verzorging van het Psamenboek. De berijming was oorspronkelijk van Clement Marot: Als een hert met dorst be-van-gen, hijgt nae wa-ter be-ken koel, al-so hijgt met groot ver-lan-gen, mijn siel nae God met ge-woel. De nieuwe versie van Anthon van der Horst begint met: 't Hijgend hert, der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar 't genot van de frissche waterstroomen dan mijn ziel verlangt naar God'. De psalm was de lievelingsmelodie van Hendrik II (1518 - 1559), Koning van Frankrijk; hij zong deze tijdens de jacht in de bossen van Fountainebleau.

Ik was ook even in Rotterdam. Ik wandelde en winkelde tussen Weenia en Coolsingel, bezocht en bekeek de Slegte, de Bijenkorf, Donner en Van Gennep. Een straatkrantverkoopster sprak mij tweemaal aan, een bedelaar probeerde geld van me te krijgen, een oudere vrouw vroeg me waar de vismarkt gebleven was, een jonge moeder met kinderwagen was mij erkentelijk dat ik de zware deur bij Donner openhield. Alleen in dat papierenpaleis kocht ik leeswaren: een prismaatje met taalspelletjes, weer meer woordgolven, voor f 4,95 en een duur, dik Amerikaans boek van Martin Gardner, de 15e verzameling van wiskundige columns en puzzels uit Scientific American - inmiddels het 41e boek dat ik van die auteur heb, nee het 43e want ik moet de Annotated Alice en Annotated Snark (over het werk van Lewis Carroll) mee tellen.

Vier keer in acht dagen het ziekenhuis bezocht, ik ben er langzamerhand kind aan huis. De eerste keer was het anders, in 1979. Een vriend begeleidde mij. We gingen per taxi, want dat had men mij gezegd te doen en hij liet zijn auto dus voor mijn huis staan. We reden over bekende wegen, maar na een kruispunt zag ik een vreemd terrein met hoge gebouwen. Ik had net voldoende klein geld om de rit te betalen; de reis, die ik al ruim drie dagen maakte, zou nu wel ten einde zijn. In een kamertje wachtte een man ons op. Hij ging achter een bureau zitten, ik er voor - toch was ik de baas, natuurlijk. Uitgeput was ik, doodmoe, maar ik moest mijn avonturen vertellen. Mijn kennis was belangrijk, er stond veel op het spel. Geef me nu maar een spuitje, zei ik tegen de psychiater, ik moet slapen. Hij lachte, klopte op mijn schouder en gaf een hand.

Een verpleger bracht me naar een zaaltje, gaf een pil en water, stopte me toen in bed. Ik lag tussen twee mannen. Een jonge rijmelaar en een droevige stratenmaker met zijn pols in verband. Na een kwartier was ik voldoende uitgerust, vond ik, kleedde me aan en liep de trappen af naar de uitgang. Bij de receptie hield men mij tegen. Weer naar het zaaltje, weer uitkleden. Nu werden mijn kleren in een vuilniszak gestopt en ergens opgeborgen. Ik was gevangen, er werd op me gelet. Bij een tweede opname was ik bijna te middernacht ontsnapt en kwam ik in een isoleercel en werd ik met een buikband vast gebonden. Geen pretje om mee te maken, maar het was immers voor mijn bestwil. Een mens maakt wat mee.

Begin maart beantwoordde ik op Internet twee vragen over the Stones:
1. Wat is de titel van hun nieuwste cd?
2. Wat is uw openingszin als u hen persoonlijk zou ontmoeten?

Vandaag kreeg ik een aangetekende brief van de Postbank, sponsor van hun concert, en twee veldkaartjes voor maandag 29 juni in de ArenA: de eerste avond van de Bridges-to-Babylon-toer van the Rolling Stones, door Mojo georganiseerd. Eindelijk eens iets gewonnen, nu nog een bestemming voor die kaarten vinden. De tickets zijn per stuk f 90 + f 5 servicekosten waard, en dan mag je in een uitzinnige menigte staan, als ik het goed begrijp. Hoewel ik jonger ben dan Jagger, voel ik me toch te oud voor die dingen en gaf de kaartjes weg.

Tot gauw, Olaf



Delft, 27 juni 1998

Lieve Luc,

Smits werklieden zijn bezig in de galerijen van mijn flatgebouw met schilderen, beton- en staalwerk en het egaliseren van vloeren. Al twee weken hangt er aan de voorkant van mijn huis een zwaar grijs doek voor mijn ramen, zodat mijn uitzicht verdwenen is en de zon vreemde vlekken in mijn huis werpt. Ingepakt zoals Christo dat Parijs en Berlijn deed. Regent het, schijnt de zon, is de lucht grauw of klaart het op, de antwoorden zijn vager dan voorheen. Dinsdag, een dag eerder dan gepland, kreeg de galerijvloer een betonlaagje en mocht er drie uur niet op gelopen worden. Normaal komen we dat de avond tevoren zeggen, maar het werk ging vlugger. Is het goed, meneer, komt het u gelegen? Aldus de schildersknaap. Hij had blauwe ogen, zijn makker keek slimblond. Hoe kon ik het weigeren? En dus verzette ik de laatste bijles van dit seizoen.

Brief van het Arbeidsbureau over een baan als boekhouder bij ATD (Aide a Toute Detresse), in 1957 opgericht door een Franse pater, om de allerarmsten een stem en gezicht te geven via o.a. een vakantieboerderij en volksuniversiteit. Ik solliciteerde en werd uitgenodigd. Met tram 1 naar het Rijswijkseplein, heel anders dan mijn gedachten van 20 jaar geleden meenden (toen kwam ik er honderden malen wegens het COC), dan tram 12 (onbehoorlijk vol en benauwend). Ruim een uur na mijn vertrek was ik bij de uitstaphalte. Een kruispunt, twee keer verkeerd lopen en in de derde richting belandde ik op Regentesseplein. Een monument in een bloemperk midden op de rotonde, ter nagedachtenis van het regentesseschap van Emma 23 november 1890 - 31 augustus 1898, de dag waarop Wilhelmina 18 jaar en Koningin werd. De ATD zit in een groot pand en heeft een etalage vol vreemd geknipte stukken karton. Achter rozegroen beschilderde ruiten zijn woorden als 'armoede' en 'rechtvaardigheid' te lezen. Wat ik dacht bleek waar: men zocht iemand met meer ervaring en kennis dan ik te bieden heb.

Mijn moeder werd 75 en tracteerde de famile op een etentje en bowlen. Er waren vier banen voor twee uur gehuurd. Ik sloot me aan bij mijn jongste zus, jongste broer en hun echtgenoten en drie jongste nichtjes (oomzeggers, tussen 4 en 8 jaar). Bij mijn eerste worp met de bowlingbal haalde ik meteen strike, een tv-scherm jubelde, een feestelijk geluid klonk in de hal. Verbaasd keek ik rond, had ik dat verricht? Later nog twee keer strike en twee keer spare. De vorige en eerste keer op zo'n baan rolde de loodzware bal nooit in de gewenste richting, dat was 15 jaar geleden bij een soortgelijk familietreffen. Nu deed ik het niet slecht en met enig plezier gooide ik steeds de lichtste paarse kogel. Eerlijkheidshalve moet ik melden dat de baan waarop ik speelde voorzien was van twee slurven die mijn verkeerde worpen toch tot een goede score brachten.

Een kwartier te vroeg stond ik voor de deur van de tandarts en ging maar een blokje om. Ik liep achter twee grote, geheel in wit geklede negers. Een stel, een echtpaar? De vrouw had weinig geel kroeshaar op het hoofd en veel puilend vlees in haar strakke legging. Ze wiebelde op hoge hakjes over de keien en gaf met schorre stem commentaar op voorstellen dit of dat te kopen of te doen van de man. Zo zou ik niet eens op het podium van Jerry Springer durven verschijnen, laat staan in dit Zuid-Hollandse stadje (maar ja, tegenwoordig kan alles ... )

Bij de tandarts kon ik na twintig minuten wachten de behandelkamer binnen. Ze zei: Je krijgt de groeten van Wim B. Zegt die naam je iets? Een leerling, raadde ik goed. Nu 35, volgens de tandendokter, die Wim van bridgewedstrijden kende. De jongen studeerde even scheikunde, toen geschiedenis en werkt nu bij zijn vader in een snackbar. Terwijl mijn tandenstookster in twee gaatjes prikte, maalden mijn hersenen en zag ik een gezicht, een grote haarbos. Thuis vond ik Wim terug: eindexamenfoto juni 1983, middelste rij, vierde van rechts, een groen jasje met versierselen, militant pacifistisch. Dat moet hem zijn. De tandenfee doet hem mijn groeten terug.

De Volkskrant berichtte dat rector M. Sjamaar van het katholieke Niels Stensen College in Utrecht voor sluiting van zijn school pleit. In vijf jaar tijd groeide het aantal allochtone leerlingen van 20 naar 80 %, de helft is van Marokkaanse afkomst. 'De kinderen gaan naar school in een getto. Het is beter voor ze als ze naar een middelbare scholengemeenschap buiten de wijk gaan. Op een heterogene school kunnen ze zich optrekken aan beter leerlingen.' Deze Marrokaanse jeugd op het Kanaleneiland heeft geen enkel doel. 'Ze wil alleen maar rondhangen op straat en wat lege lol beleven. (...) Probeer maar eens iets te organiseren met ouders die al acht jaar werkloos op de bank zitten en waarvan de moeder geen woord Nederlands spreekt.', zegt Sjamaar.

Op dat Stensen (toen nog in houten lokalen) haalde ik mijn hbs-diploma, in deze wijk beleefde ik mijn puberjaren; die Sjamaar was 30 jaar geleden mijn wiskundeleraar. Een progressieve man, die nu uitgeblust een knuppel in het hoenderhok gooit om zijn wegkwijnende school te redden.

Ik deed beperkte ervaring op met Netmeeting, chatten (soort simultaan typen) en een white board (om op te tekenen). Een Utrechtse juffrouw kleurde een bloem voor me op het scherm, ene Joris vond mijn stem op Godfried Bomans lijken. Later kreeg ik contact met iemand in Chicago: heel donker zag ik een blank jongemannenhoofd met snor, voortdurend bezig zijn camera in te stellen. We riepen hallo en tikten onze vingers lam. Het werd geen gesprek. Toch is het gevaar van verslaving niet denkbeeldig: leuk als er telefoon-gerinkel uit de computer komt, belangstelling voor je van een onbekende, interessant een stem uit de VS te horen, iemand van ver weg te zien!

Ik was bij Rob (de webmaster van Meander, ik ben nu redactiesecretaris) in Hoek van Holland, de eerste ontmoeting. Mijn stem is op internet te horen in een poging gevoelig te declameren. De kabelmaatschappij en provider Casema stelt 1 megabyte ter beschikking aan elke klant voor een homepage. Dat klinkt indrukwekkend en het lijkt me zonde om zo'n ruimte leeg te laten staan. Het moet geen geklungel worden, mag weinig kosten, ook niet aan tijd, een kwestie van creatief zijn met lege wc-rollen en kurk. Commercieel denk ik niet, maar af en toe een bezoeker lijkt me leuk. Rob helpt me er iets van te maken.

Je Olaf.



vervolg Lieve Luc
naar volgende pagina